zaterdag 12 juni 2010

Kozijnen & deuren

Bij de kozijnen en deuren is de afwijkende Duitse bouw goed te zien. Een Nederlandse aannemer plaatst altijd eerst het kozijn en de metselaar laat de stenen daarop aansluiten. Duitse aannemers doen het precies andersom. Eerst zetten ze de binnen- en buitenmuur neer (met isolatie), daarna worden de ramen en deuren geplaatst. Vaak wordt dit gedaan door een gespecialiseerd bedrijf, een zgn. "Tischlerei" (timmerman). 

Het grote verschil is dat bij de Duitse bouwwijze het kozijn over het algemeen achter de gevelsteen wordt geplaatst, het wordt dus als het ware tegen de gevelsteen aangedrukt. In de Nederlandse versie wordt het kozijn naast de gevelsteen gezet. Als gevolg daarvan ligt het Duitse raam wat dieper naar binnen en staat het Hollandse kozijn wat meer naar voren.

Persoonlijk vind ik de Hollandse variant wat mooier staan. Als een raam zo diep terug ligt wordt het zo'n donkere plek. Men zegt wel eens "hoe dichter op de gevel, hoe mooier".

Het voordeel van deze Duitse bouwwijze schijnt de isolatie te zijn. Door het achter de gevel te plakken schijnt men het beter te kunnen isoleren en is er minder kou/warmteverlies. Ik heb gekozen voor een tussenoplossing. Het kozijn wordt wel achter de gevel gezet maar het "verspringt" naar voren zodat het lijkt alsof het tegen gevelsteen aan staat. Best of both worlds zullen we maar denken.

Over het algemeen biedt men kunststof kozijnen aan, evt. met houtnerf. Dit is meestal de goedkoopste variant. Persoonlijk vind ik het minder mooi en heb liever "echt" hout. Dan kom je al snel uit bij tropisch hardhout (vanwege het buitenklimaat) en dat is natuurlijk niet zo goed voor het milieu. Weliswaar kan je FSC hout kopen maar daar ben ik nog niet van overtuigd. Ten eerste vermoed ik dat het gebrekkig wordt gecontroleerd en ten tweede, voordat een tropische boom (Meranti, Merbau etc.) volwassen (=kap rijp) ben je al snel 100 jaar verder. Een kozijn gaat ca. 50 jaar mee dus daar valt niet tegenop te planten.


Accoya hout. Harder dan tropisch hout
Er zijn gelukkig prima alternatieven in de vorm van verduurzaamd hout. Ik heb gekozen voor "Accoya". Dit is geen houtsoort maar een merknaam van de firma Accsys. Het hout wordt verduurzaamd door het - simpel gezegd - te behandelen met azijn waardoor het hout minder snel rot. Het krijgt daardoor duurzaamheidsklasse I (gelijk aan tropisch hardhout). Bijkomende voordelen zijn:
  • Vormvaster, dus minder krimping en zwellingen
  • Verf en lak gaan langer mee (dus minder onderhoudskosten)
  • Hogere isolatiewaarde
  • Niet giftig
  • Niet vatbaar voor insecten of schimmels
  • Zeer duurzaam en milieuvriendelijk
Het hout is van de Pinus Radiata, een snelgroeiende den, afkomstig uit (beheerde plantages) in Spanje, Chili en Nieuw-Zeeland. Uiteraard FSC/PEFC en het heeft een Gold standard binnen het Cradle-to-Cradle certificaat.

Ik gebruik het voor de kozijnen, deuren en gevelbekleding. Het bevalt prima, ziet er mooi uit en is keihard (heb er meerdere spijkers op krom geslagen). Wat mij betreft een meer dan prima alternatief voor tropisch hardhout! Ik snap eigenlijk niet waarom de bouw niet massaal naar dit product is overgestapt. 
Accoya is bij de meeste houthandels verkrijgbaar, o.a. bij Stiho.


Update: We zijn inmiddels een jaar verder en het valt mij op dat de aangebrachte (witte) verf op sommige plekken wat vuil aantrekt c.q. zwarte plekjes vertoont die lastig weg te poetsen zijn. Ik weet niet of dat nou komt door de uittredende zuren of het gewoon aan de verf of omgeving ligt.




Interessante links:
Gevels van Accoya
Accoya brug te Sneek
Nijhuis Accoya kozijnen
Stiho

maandag 31 mei 2010

Het dak: riet

Duitse bouwers kunnen veel maar van riet hebben ze geen verstand. Rietdekken is ook geen traditie zoals in Nederland. Ongetwijfeld zullen er Duitse rietdekbedrijven zijn, maar of ze net zo goed de fijne kneepjes van het vak kennen valt te betwijfelen. 


De Duitse aannemer heeft, zoals zovelen doen, een Nederlandse rietdekker ingehuurd. In ons geval betrof het Pape Rietdekkers. Gek genoeg zijn het weliswaar Nederlandse bedrijven, maar werken ze voornamelijk met Hongaarse rietdekkers. Daar schijnt het ook een traditie te zijn en hebben ze nog voldoende (goedkope) vakkrachten. 


Pape Riet heeft diverse prijzen gewonnen en is een naam in het wereldje, alleen bij ons is het helaas niet zo succesvol verlopen. Vooral de "breeuwen", dat zijn de uiteinden van de rietkraag, zijn een beetje slordig afgewerkt. Die golven en verschillen soms in dikte. Volgens mij hadden ze op het laatst een beetje onenigheid met de aannemer en hebben het zeg maar een beetje afgeraffeld. Zo zie je maar weer dat je overal moet bijblijven of een bouwopzichter (met verstand) moet inschakelen. 


Daarnaast zit er erg veel stofluis in het riet. Deze beestjes zijn verder niet echt schadelijk, ze bijten niet en leven alleen van schimmels. Volgens de Vakfederatie Rietdekkers komen vooral voor in Turks riet. Waarschijnlijk hebben wij Chinees riet en wellicht is het toeval dat er zoveel in zitten.We moeten gewoon geduld hebben totdat het natuurlijk evenwicht zich hersteld heeft.



Brandveiligheid
Het rieten dak heeft rondom een bliksemafleider, aangelegd door De Haan Bliksem.


Daarnaast is er een brandbeveiligingssysteem aangebracht. Dit is een detectiesysteem van de firma Seclusive en bestaat uit een aantal dunne kabels van kunststofvezel (een soort van glasvezel) die over het riet zijn gespannen. Door deze draden loopt een lichtsignaal. Bij een (beginnende) brand zal de vezel onmiddellijk smelten waardoor de lichtkring verbroken wordt en er een alarm afgaat. 

zaterdag 22 mei 2010

Het dak: sporenkap

Ook weer een "traditioneel" Duitse eigenschap: de sporenkap. Om de ca. 80 cm worden verticale dakbalken geplaatst (de "sporen"). Het verhaal gaat dat deze dakconstructie vaak in Duitsland wordt toegepast vanwege de soms zware sneeuwval. Dan moet het dak die zware last kunnen opvangen. 
De binnen- en buitenkant worden meestal bekleed met OSB (= houtschilfer) platenDaartussen komt isolatiemateriaal met ademende folie die het vocht van buiten tegenhoudt.


De Nederlandse bouwwijze maakt meer gebruik van een gordingenkap. Dat zijn over het algemeen liggende, horizontale balken die afgedekt worden met dakplaten. 


Voordeel van een sporenkap is de snelle opbouw (binnen een dag is het complete dak geplaatst), minimaal ruimteverlies (een gordingkap heeft soms meer steunpunten nodig), alle soorten van afwerking, zowel aan de binnen- als buitenkant, zijn mogelijk en de goede isolatiemogelijkheden. 

maandag 10 mei 2010

De opbouw van de muren

Hier komt de Duitse bouwspecialiteit boven drijven. Van dik hout zaagt men planken of beter gezegd: van dikke stenen bouwt men muren. Duitse bouwers hebben natuurlijk langdurige ervaring met bouwen van vrijstaande huizen (in Nederland bouwen we nu eenmaal vaker rijtjeswoningen), eenvoudigweg omdat in Duitsland veel meer ruimte is om te bouwen. Ook gaat het aanvragen van vergunningen e.d. een stuk makkelijker, maar dit ter zijde.

20 cm kalkzandsteen, 12 cm isolatie, 4 cm spouwmuur en een gevelsteen van 9 cm breed. Totale muurdikte: 45 cm. En dat isoleert prima!

Voor de gevelsteen hebben we gekozen voor een verouderd uitziende klinker in het zgn. Vechtformaat ook wel Module 50 of M50 genoemd. Met de afmetingen van ca. 180x90x50 (LxBxH) is iets kleiner, iets verfijnder dan het vaak in Nederland gebruikte Waalformaat. 



Jammer genoeg werd dit niet geheel op waarde geschat door de metselaars. Naar mijn smaak brachten ze iets teveel cement aan tussen de voegen waardoor een wat grovere structuur ontstond. Helaas kwam ik daar pas achter nadat de muren er al stonden en gevoegd werden.

Het is sowieso een goed idee om het metselproces in de gaten te houden. Duitse metselaars willen nog wel eens los uit de hand metselen, dus zonder het welbekende gespannen draadje, en dat kan wel eens leiden tot lichte afwijkingen en welvingen.

De meest verouderde, handgevormde stenen worden eigenlijk alleen nog maar in België gemaakt (fabriek Sas te Rijckevorsel). Vrijwel alle fabrieken zijn trouwens overgenomen door de firma Wienerberger. Deze (soort) stenen kan je dus ook gewoon in Nederland kopen. Wij hebben ze echter gekocht in België bij de firma Gedimat Van der Velden. Scheelde aanmerkelijk in prijs.




zondag 18 april 2010

Kelder bouwen


Eenmaal uitgegraven en de bekisting gelegd, kon begonnen worden met de kelder. Wij hebben niet gekozen voor een "traditionele" betonnen kelder, maar een zgn. "woonkelder". Volgens de Duitse aannemer zijn traditionele kelders vaak vochtig en muf. Dit heeft te maken met het condenseren van de (vochtige) lucht tegen de koele kelderwanden. Daarnaast is beton (na verloop van tijd) niet altijd waterdicht, alhoewel experts daar misschien een andere mening over hebben, en zal derhalve aan de buitenkant geïsoleerd moeten worden. Ook is er kans op grindnesten, lekkende naden, te weinig verdichting etc.

Mede door dit en omdat het huis in het grondwater staat, is gekozen voor een speciaal geïsoleerde kelder van de firma ABG Kellerdicht. Met dit systeem wordt de kelder als het ware rondom ingepakt met een kunststof laag.

Die laag is van hetzelfde materiaal wat bv. gebruikt wordt bij de opvangputten van tankstations. Het kan dus heel wat hebben en er zit zelfs een garantie van 30 jaar op.

Hoe gaat het in zijn werk?
Als de bekisting is aangebracht wordt op de bodem een kunststof laag aangebracht (zie foto bij het vorige onderwerp). Daarover wordt een betonnen vloer gelegd van 25cm dik. De kunststof randen staan aan de zijkanten nog omhoog.

Op de betonnen vloer worden vervolgens met "gewone" Poroton stenen de muren opgemetseld. Deze 30cm dikke blokken vormen dus tevens de binnen- én buitenmuur.

De muren worden dan aan de buitenkant weer geheel bekleed met hetzelfde kunststof materiaal. Deze banen worden aan elkaar gelast en elke lasnaad wordt middels een drukmeter gecontroleerd op sterkte en luchtdichtheid.




Daarna worden rondom bijpassende lichtschachten (ook wel koekoek genaamd) geplaatst en alles wordt op het laatst afgewerkt met een vilten beschermingslaag tegen scherpe steentjes e.d. Op de foto hiernaast is te zien dat de bronbemalingspomp al is uitgezet en het grondwater weer op het oude niveau staat.

Het voordeel van dit systeem is dat de condens door de binnenmuur tegen de kunststof isolatielaag aanslaat, daar naar beneden druppelt en opgevangen wordt in een centraal geplaatste put. Eens in de zoveel tijd wordt het water dan automatisch weggepompt.

Zijn er ook nadelen? Ja, maar beperkt. De Poroton stenen hebben zich gedurende de bouw helemaal volgezogen met (regen)water. Het duurt minstens een halfjaar voordat dit allemaal verdampt is. Voorts ben je gebonden aan die prefab lichtschachten. Er kunnen normale ramen in en die kunnen ook gewoon open, maar zo'n lichtschacht is qua binnenruimte toch iets minder groot dan een standaard betonnen koekoek. Daarnaast is hij afgesloten met een plexiglazen raam aan de bovenkant ipv. een traditioneel ijzeren rooster. Dit heeft natuurlijk te maken met de complete isolatie rondom. Ze kunnen trouwens wel open, dan moet je een schroefje losdraaien. Overigens had de architect ze iets te laag ingetekend (afstemmingsfoutje zullen we maar denken) waardoor ze uiteindelijk iets te laag onder het maaiveld uitkwamen. Na enige druk op ABG Dichtungs-Systeme, werden de lichtschachten ter plekke 10 cm. verhoogd.

Aan de andere kant woont het prima. Er is een normale luchtvochtigheidsgraad en is er een behoorlijke lichtinval. Tezamen met het mechanische luchtbehandelingsysteem (aan- en afvoer) ontstaat er een prima woonklimaat.


vrijdag 2 april 2010

Grondwerkzaamheden

Eigenlijk ging het meteen al mis bij het uitgraven van de grond. Vanwege de onderkeldering moest er tot ca. 3.20 meter onder "peil" uitgegraven worden. Het "peil" is de bovenkant van de begane grond en wordt vastgesteld door een inspecteur van gemeente. Helaas stuitten we bij ca. 3.00 op grondwater, er diende dus een laag van 20 centimeter tijdelijk weggepompt te worden zodat de vloer gelegd kon worden.

Voor het wegpompen, genaamd bronbemaling, moet bij de provincie of het waterschap een melding worden gemaakt of een vergunning worden aangevraagd, afhankelijk van de hoeveelheid. Indien de ontrekking/lozing (ook wel debiet genoemd) kleiner is dan 10m3 p/u, dan volstaat meestal een melding. Bij meer is een vergunning nodig en dat schijnt ook weer maanden te kunnen duren. Van belang is ook of het een waterwingebied betreft, men is dan uiteraard veel strenger. Meer info is te vinden bijvoorbeeld bij Waterschap Peel & Maasvallei. Maar als het goed is weet de aannemer er alles van...

De bronbemaler had berekend dat we ongeveer zo'n 14 dagen konden lozen op het riool. Daarna was het maximum bereikt en moest de pomp uit. Helemaal snappen doe ik het ook niet (en had geen zin om zelf die voorschriften in juridische en ambtelijke taal uit te pluizen) maar tezamen met de Duitse aannemer hadden we een strak schema doorgesproken. Zodra de pompen werden aangezet en het water weg was -dat ging overigens vrij snel, binnen een paar uur was het droog- zou direct begonnen worden met de bouw. Na het plaatsen van de bekisting zou direct de betonnen vloer worden gestort en begonnen worden met de muren. Binnen 14 dagen zou dan de pomp uitgezet kunnen worden.

Helaas liep het anders dan gepland want de aannemer had zijn zaakjes organisatorisch niet goed voor elkaar. De betonnen vloer en het (water)isolerende gedeelte lagen er weliswaar in korte tijd, het wachten was echter op de verdere opbouw van de keldermuren. Wij hebben tussentijds de pomp maar uitgezet en toen een maand later de restant onderdelen arriveerden (muren, isolatie e.d.) hebben we de pomp weer aangezet. Achteraf bezien was dit al een teken aan de wand...

woensdag 24 maart 2010

Starten met de bouw

Een belangrijke tip als men met de bouw begint: hou een dagboek bij! Schrijf alles op wat er misgaat, wat vertraagd is, indien er door weersomstandigheden niet gebouwd kan worden, maak foto's etc. en geef dit vooral ook door aan de aannemer (per fax/email/brief). Zo heb je altijd iets om op terug te vallen mocht dat nodig zijn.
Als het goed is houdt de aannemer ook een logboek bij. Daar zal hij o.a. noteren als er niet gewerkt kan worden de weersomstandigheden. De vraag is of het ligt aan het weer of aan de (planning van de) aannemer. Soms komt het hem gewoon niet uit maar kan met een (kleine) regenbui natuurlijk wel gewerkt worden.

Mocht het gas/water/licht moeten worden afgesloten of moet er een bouwstroom aansluiting komen, hou er dan rekening mee dat de nutsbedrijven minimaal zo'n 13 weken(!) nodig hebben om alles te verwerken en aan of af te sluiten. Ook nog een leuke trouwens: als de nutsbedrijven een bouwstroom aansluiting aanleggen, moet jij (of de aannemer) zorgen voor de aarding, dat doen ze zelf nl. niet. Ik had het geluk dat de firma De Haan dezelfde dag nog langs kon komen.

Vraag de aannemer om een planning. Zo weet je wat wanneer gaat gebeuren. Tenminste, als het goed gaat. Normaal gesproken kan een huis in ca. 6-8 maanden gebouwd worden, het is niet uitgesloten dat het kan uitlopen naar een jaar of zelfs langer. Daarom is een boetebepaling opnemen wel zo handig, dan zit er in ieder geval wat druk achter.